, ,

Interview: Tim Beerens

Note: English translation below.

Elke maand interviewen wij een bondlid, om zo te laten zien wat er speelt binnen H.E.M.A. in Nederland.


Mijn naam is Tim Beerens, 24 jaar op het moment van schrijven en afkomstig uit regio Den Bosch. Daar begon ik na de middelbare school met de opleiding Communicatie en Multimedia Design, maar na mijn propedeuse ben ik gestopt omdat de creatieve elementen in de studie die ik zo waardeerde voor mijn gevoel in de minderheid waren vergeleken met de onderwerpen waar ik minder voor voelde. Inmiddels studeer ik vier jaar archeologie in Leiden en ben ik bezig met mijn masterscriptie die ik hoop dit kalenderjaar in te leveren.

Hoe ben je H.E.M.A. ingerold?

Ik kwam er (helaas) pas tijdens mijn studie achter dat er zoiets bestond als H.E.M.A. Geregeld ging het met mijn medestudenten archeologie over wapens en op een gegeven moment bracht Casper van Dijk ter sprake dat er dingen bestaan als middeleeuwse manuscripten over zwaardvechten. Toen bleek dat er onder de studenten meer interesse voor was, zijn we gaan kijken of we ergens konden oefenen. Zo konden we met een lading houten zwaarden uiteindelijk terecht in een ruimte op de faculteit waar inmiddels een bieb in zit.

Nu zijn we zo’n 2,5 jaar verder en trainen we inmiddels met nylon en staal in een gymzaal als de officiële studenten- en sportvereniging Ludolph van Ceulen, waar ik afgelopen schooljaar naast een van de trainers ook voorzitter was. De vereniging is vernoemd naar een 16de eeuwse wiskundeonderwijzer aan de universiteit in Leiden. Hij was naast wiskundige namelijk ook schermmeester.

We trainen hoofdzakelijk in messer, maar zo nu en dan doen we iets met dolk, quarterstaff of worstelen. Oja, dan is er ook nog Jasper Boelsma, onze viking, die regelmatig wat leerlingen uit de gewone les snoept om met vikingschilden en spathae te experimenteren.

Waar train je?

Op dit moment train ik bij twee clubs. Dat begon, zoals gezegd, met de studentenvereniging Ludolph van Ceulen. Toen ik eenmaal van H.E.M.A. afwist, was messer echter al snel niet genoeg meer en wilde ik mijn arsenaal uitbreiden.

Zo kwam ik terecht in Oegstgeest, waar ik sinds februari dit jaar (2017) ook bij Historisch Vrijvechten Nederland ben gaan trainen. In eerste instantie om langzwaard te doen, maar inmiddels is daar ook sabel bij gekomen.

Wat vind je leuk aan je club/school/vereniging?

Het leuke van LvC vind ik vooral de groei die we in relatief korte tijd hebben gemaakt. Van trainen met houten zwaarden in een stoffig hok vol bouwmaterialen naar een officiële vereniging in een gymzaal terwijl inmiddels de meeste mensen een eigen masker hebben en een messer van nylon of staal. Daarnaast is het leuk dat de vereniging zich daarmee richt op een minder voor de hand liggende wapensoort.

Wat me bij HVN heel erg aanspreekt is de toewijding aan de sport, maar ook aan de club van zowel de instructeurs als de leden. Zo is het HVN-oranje vaak goed vertegenwoordigd op evenementen, maar ook binnen clubverband worden regelmatig dingen georganiseerd wat zorgt voor een hele gezellige sfeer en een goede band onderling. Tenslotte ben ik blij dat er tijdens de trainingen voldoende ruimte is voor commentaar op individueel niveau. Juist als het gaat om kleine details hoor ik graag op welke manier ik mijn techniek nog kan verbeteren.

Wat is je favoriete wapen?

Oei, dat is een lastige. Ik geloof niet dat ik een favoriet wapen heb, maar ik merk voor mezelf dat het trainen met verschillende wapens elkaar goed kan aanvullen. Zo herkende ik toen ik bij HVN begon met langzwaard, veel technieken die ook bij messer worden beschreven. Het vechten met langzwaard en met name ook het vechten in een competitieve setting, zoals een toernooi, leerde me al snel dat het nemen van initiatief niet alleen een goede manier is om hits te maken, maar ook om ze te voorkomen, wat natuurlijk niet alleen geldt voor vechten met langzwaard.

Ben je bezig met manuscripten bestuderen?

Toen we bij Ludolph van Ceulen begonnen met messer, was dat gebaseerd op Johannes Lecküchner. Als trainers komen we met ons “leesclubje” bij elkaar om bepaalde hoofdstukken door te nemen en onze interpretaties daarvan te bespreken. Dat doorspreken heeft als voordeel dat we ter plekke met elkaar kunnen proberen wat het beste werkt en welke interpretatie dus het meest voor de hand ligt. Ook het anonieme manuscript uit Glasgow heeft een bescheiden onderdeel over messer dat we hebben gebruikt.

Omdat de trainers bij LvC, waaronder ikzelf, inmiddels op het punt staan de studie af te ronden, zijn we begonnen met het doornemen van lessen met nieuwe mensen die het stokje van trainer over kunnen nemen. Daarbij halen we ook inspiratie uit Fechtregeln, een anoniem manuscript uit Keulen, al moet ik bekennen dat ik daar zelf nog niet echt in ben gedoken.

Wat zijn je ambities? Heb je een droom?

Ik wil het beste uit mezelf halen. Ik streef ernaar om uiteindelijk de beste vechter te worden die ik maar kan zijn. Zowel wat techniek betreft als uithoudingsvermogen, creativiteit in het gevecht en snelheid. Ik hoop tegen die tijd dan ook mijn mannetje te staan in de toernooien en om hier en daar eens het podium te veroveren.

Waar ben je trots op?

Pas vocht ik mee bij het instaptoernooi dat gehouden werd bij Kasteel Hernen. Na een spannend gevecht om de derde plaats werd ik uiteindelijk vierde, maar van tevoren had ik niet verwacht zo ver te komen. Hoewel ik blij was met mijn resultaat, gaf het vooral voldoening om te merken dat ik tijdens de gevechten steeds meer zelfvertrouwen kreeg en het idee had dat ik wist wat ik aan het doen was. Ik ben met name trots op de hits die voortkwamen uit mooie technieken, toegepast op het juiste moment en de manier waarop ik me, mede dankzij mijn coach, aan wist te passen aan alle verschillende tegenstanders.

Wat zijn jouw toekomstverwachtingen van H.E.M.A?

Ik verwacht dat H.E.M.A. voorlopig alleen maar zal blijven groeien. Ik merk vaak dat er buiten de beoefenaars zelf nog maar weinig mensen realiseren dat zwaardvechten en dergelijke als sport wordt beoefend. Echter, wanneer je dat eenmaal heb uitgelegd, zijn mensen vaak geïnteresseerd. Ik merk dat ook bij Ludolph, waar heel veel dynamiek zit in het ledenbestand omdat de meeste leden alleen tijdens de studie lid zijn. Dat houdt in dat er elk jaar nieuwe mensen bijkomen, maar ook dat er mensen vertrekken wanneer de studie is afgerond. Dat moment komt voor mij inmiddels ook dichtbij, al wil ik hoe dan ook verder met de sport, waar ik dan ook terecht kom.

Welke vraag zou je graag hebben beantwoord, die niet gesteld is?

Misschien wordt het beeld nog wat kleurrijker als ik in ga op wat mij buiten H.E.M.A. zoal bezighoudt. Voor ik ging studeren heb ik 12 jaar lang karate gedaan. Ook deed ik op dat moment zo’n 3 jaar boogschieten, maar toen ik vanuit Brabant naar Leiden ging om te studeren werd dat beide heel onpraktisch. Gelukkig heb ik nu met H.E.M.A. mijn draai helemaal gevonden, waar ik dus in aanraking mee kwam dankzij mijn studie. Na een levenslange interesse in geschiedenis en mooie verhalen ben ik uiteindelijk archeologie gaan studeren. Dat heeft als bijkomend voordeel dat ik met stages in depots vaak het echte wapentuig van vroeger zie liggen. Naast het beoefenen van zwaardvechten als sport lijkt het me dan ook leuk om in de toekomst naast de manuscripten, ook de wapens zelf te bestuderen en te onderzoeken.


English Translation

My name is Tim Beerens. I’m currently 24 years old and originally from the general area of Den Bosch. I started my study in Communication and Multimedia Design there, but stopped after my first year because the focus was less on the creative elements of the field that I enjoyed, and more on subjects I didn’t care as much about. Now, I’ve been studying archeology for the past four years in Leiden and I’m working on my master thesis, which I hope to hand in this year.

How did you end up in H.E.M.A.?

I (sadly) didn’t realize there was such a thing as H.E.M.A. until I started studying. I often talked about weapons with my fellow archeology students, and at one point Casper van Dijk mentioned there being medieval manuscripts about swordfighting. We quickly realized there was quite some interest amongst fellow students, so we started looking for a place for us to practice. Eventually, we ended up with a pile of wooden swords in an area in the faculty that is now a library.

Now, 2,5 years later, we train with nylon and steel in a gym as the official student and sports association Ludolph van Ceulen, where I have spent the past year as both trainer and chairman. The club was named after a mathematics professor of the university in Leiden in the 16th century. Besides being a mathematician, he was also a fencing master. We train mostly in messer, but occasionally try our hand in dagger, quarterstaff or wrestling. Oh, and then there’s also Jasper Boelsma, our Viking, who regularly picks students out of the regular class to experiment with spathae and Viking shields.

Where do you train?

At the moment I train with two clubs. That started, as I said, with the student association Ludolph van Ceulen. Once I knew about H.E.M.A., it wasn’t long until just messer wasn’t enough for me anymore and I wanted to expand my arsenal. That’s how I ended up in Oegstgeest, where I’ve been training since February this year with Historisch Vrijvechten Nederland. I started off going there so that I could train in longsword, but by now I’ve also picked up sabre.

What do you like about your club/school/association?

The nice thing about LvC is the growth we have had in a relatively short time period. We started off training with wooden swords in a dusty room full of building materials and have become an official association in a gym where most members have their own mask and a messer made of nylon or steel. Apart from that it’s nice that the association focusses on less well-known or obvious weaponry.

What I like about HVN is the dedication to the sport, but also the dedication the instructors and members have to the club. The ‘HVN orange’ is often well-represented at events, and the great amount of activities organized within the club itself also creates a good atmosphere. I appreciate as well that there is plenty of room for individual feedback during trainings. Especially when it comes down to the details, I like to hear about where I still have room to grow.

What is your favorite weapon?

Oh, that’s a tough one. I don’t believe I have a favorite, but I have noticed that training with many different weapons really works well. For example, when I started training in longsword at the HVN I recognized a lot of techniques that are also used in messer. Fighting with longsword, and especially fighting in a competitive setting like a tournament, taught me that taking the initiative is not only a good way to score points, but also to prevent them, which obviously is not just applicable to longsword.

Do you also study manuscripts?

When we started training with messer at Ludolph van Ceulen, we based our fighting on Johannes Lecküchner. As trainers, we come together with our ‘reading club’ to go through certain chapters and to discuss our interpretations. Those discussions give us the advantage of being able to try out on the spot what works best and what interpretation is therefore the most logical. The anonymous manuscript from Glasgow also has a modest piece on messer that we have used.

Because the trainers at LvC, myself amongst them, are at the brink of finishing our degrees, we have started going through the lessons with new people who can take over from the current trainers. In doing so we also take inspiration from Fechtregeln, an anonymous manuscript from Cologne, though I have to admit I have not studied it yet myself.

What are your ambitions? Do you have a dream?

I want to be the best I can. I strive to become the best fighter that I can be, whether it’s technique-wise, endurance-wise, or speed and creativity when fighting. I hope, in time, to be able to stand my ground and occasionally be able to step on to a podium here and there.

What are you proud of?

I recently fought in the beginner’s tournament that was held at Castle Hernen. After a close fight over third place I eventually finished fourth, but before that time I hadn’t expected to get even that far. I was glad with my results and it also gave me a sense of satisfaction to notice that I was building up confidence during the fights, and that I felt like I knew what I was doing. I am especially proud of the hits that came forth from good techniques, used at the right moment and in the right way for that specific situation.

What are your expectations for the future of H.E.M.A.?

I expect that H.E.M.A. will only continue to grow. I have noticed that, outside of practitioners, few people realize that sword fighting is an actual sport. However, when you have explained this to people, many are interested. I have noticed that especially at Ludolph, where the membership is very dynamic because many people are only members while they study. That means that we get new members each year, but also that people leave when they have their degrees. That moment is approaching for me as well, though I know I want to continue with this sport no matter where I end up.

What question would you have liked to have answered, that hasn’t been asked?

It might paint a better picture if I elaborate on what I do outside of H.E.M.A.. Before I started studying I spent twelve years doing karate. At that moment I also had about three years experience with archery, but when I moved from Brabant to Leiden to study, both of those things became a lot less practical. Thankfully, I’ve really found my way in H.E.M.A., which I became acquainted with through my studies. After a lifelong interest in history and interesting stories, I finally started studying archeology. That has the added benefit of internships in warehouses that contain actual weaponry from long ago. So besides practicing sword fighting as a sport, I would also like to study and research not just manuscripts, but also the weapons themselves.

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply